Posts tonen met het label oorlog. Alle posts tonen
Posts tonen met het label oorlog. Alle posts tonen

dinsdag 10 november 2009

11 november, een gedicht

De velden van eer
Zijn omgewoeld
Tot akkers en tuinen
Maar telkens weer
Word er geoogst
Granaten en lijken
En ander oud zeer
Van die helse jaren
Die zo lang achter ons liggen

Niemand herinnert zich het meer
Waar het om ging
Of wie er won
Maar nog steeds
Worden we geconfronteerd
Niet alleen met lijken
Of verroeste granaten
Met naweeën
In Dixmuiden, Dresden of Verdun
Tel Aviv of Bagdad
Die oorlog
Keert nog steeds weer

Tour 2010: de Luxemburger, de Fransman en de Argentijn


In aanloop naar de tourstart in Rotterdam maak ik een serie van verhalen over de tour. Vandaag starten we met de eerste jaren, die van 1903 tot en met 1914.

Als de grote oorlog op 11 november 1918 eindigt zijn er van de elf winnaars nog maar 7 in leven. Een daar van, Rene Pottier, heeft zich zelf van het leven beroofd nadat zijn geliefde hem had verlaten voor een andere man. De andere drie sneuvelden in de grote oorlog zoals onze zuiderburen hem noemden.

De Luxemburgse François Faber was de eerste die sneuvelde. De tourwinnaar van 1909 had dienst genomen bij het franse vreemdelingen legioen. Op 9 mei 1915 kwam hij om. Waarschijnlijk werd hij neergeschoten toen hij een kameraad probeerde te redden die gewond in de vuurlinie lag. De andere versie is tragischer. Hij zou zijn omgekomen omdat hij van vreugde opsprong toen hij hoorde dat hij vader was geworden. Een Duitse sluipschutter schoot hem door het hoofd.

Octave Lapize was de tweede die sneuvelde. Als opvolger van Faber won hij de tour in 1910! In 1914 nam hij dienst als infanterist om daarna vliegenier te worden. Op 14 juli 1917 werd hij tijdens een routine vlucht overvallen door 4 Duitse vliegtuigen en neergeschoten. Hierbij kwam Lapize om. Naast de tour won hij ook 3 maal Parijs-Roubaix.

De kleine Breton was de derde die sneuvelde. Dit was zijn bijnaam. In werkelijkheid hete hij Lucien Mazan. Zijn familie was in 1890 richting Argentinië vertrokken. Daar zijn familie niets wilde weten van wielrennen nam hij een schuilnaam aan. Gezien het feit dat hij afkomst was uit Bretagne nam hij de naam Breton aan. Om verwarring met een andere renner te vermijden werd er Petit voorgezet. Lucien Petit Breton was de eerste renner die twee maal de tour won. In 1907 en 1908. Hij ging dus Faber vooraf! In 1914 nam hij dienst in het franse leger. Na enkele malen gewond geraakt te zijn werd hij ordonnans. In de ze functie kwam hij op 20 december 1917 om het leven bij een auto ongeluk aan het westelijke front.

De heldendaden die deze heren in de tour hadden gepresteerd herhaalden zich in de oorlog. Helaas kwamen ze hierbij om. De winnaars van 1907,1908,1909 en 1910 zouden nooit meer de fiets terug zien.

woensdag 24 juni 2009

Belgische Blitzkrieg

Ken je die mop van die Belg die naar Nederland ging?
Nou hij ging niet!

Flauwe mop, maar wel de waarheid. Althans als we praten over Leopold II. Deze had rond de 1865-1870 het idee op gevat om Nederland binnen te vallen. Dat meld het Nederlands dagblad die deze gegevens uit Koningklijk huisarchief van het Belgisch Koningshuis haalt.

Leopold ging uit van een verrassingsaanval. Binnen enkele dagen zou Amsterdam worden bezet waarmee Nederland zich zou overgeven. Door de snelheid zouden andere landen zoals Engeland en Pruisen niet kunnen reageren. Dit alles zou met steun van Frankrijk gebeuren.

De Belgen zouden via Breda snel richting Rotterdam doorstoten om daarna via het groene hart richting Hilversum op te trekken. Zo passeerde ze de roemruchte waterlinie. Hierna zou Utrecht in de rug worden aangevallen. Hierna kon men triomfantelijk Amsterdam binnentrekken. Leopold wilde een soort van Blitzkrieg. Dat is niet verwonderlijk want hij was tenslotte ook van Duitse afkomst. Van het Nederlandse leger werd niets verwacht. Al het geld ging immers naar de marine. Dit zou geen obstakels geven. Leopold verwachte ook dat de Nederlandse Katholieken in opstand zouden komen. Hierdoor zou de chaos in de Nederlandse defensie enorm zijn.

Wat ons land resten na de Nederlaag was een rol als satelliet staat van Belgie. De grote rivieren zouden dan als natuurlijk grens voor de beide landen gelden. Brabant, Limburg en Luxemburg zouden in ieder geval tot groot- België gaan behoren. Ook de koloniën zouden in handen van de Belgen komen. Andere provincies kregen de keuze om zich aan te sluiten.

Waarom wilde Leopold dit. Hij streefde naar een wereldrijk. Hiervoor had hij de Nederlandse koloniën nodig. Doordat Frankrijk het plan niet steunde werd het in de ijskast gezet. Al snel kwam van uitstel afstel. Ook had Leopold het te druk metde vrijstaat Congo. Zijn eigen prive kolonie. Ik bedoel, genocide doe je niet even op een regenachtige woensdag middag.

We zijn dus door het oog van de naald gekropen. Al die belgen moppen hadden dus de druppel kunnen zijn. Ik kijk nu met hele andere ogen naar dat landje ten zuiden van Breda.

dinsdag 9 juni 2009

Oradour-sur-Glane

Zwarte Zaterdag
Op de tiende dag
Van de zesde maand
Markt in Oradour-sur-glane
Elke dag, sinds vier-en-veertig
Voor zeshondertweeenveertig zielen
Die daar vielen
20 mijlen van Limoges
De tram is verdwenen
De rails nog lange niet
In Oradour-sur-glane
Veranderd niets meer
Na die zwarte zaterdag
In vier-en-veertig
Die eindigde in een hellenacht

woensdag 27 mei 2009

Ich hatte einen kameraden

Vandaag 68 jaar geleden vindt de Britse Marine het Duitse slagschip de "Bismarck" en brengt het tot zinken. De film de er later over werd gemaakt kreeg als titel mee 'Sink the Bismarck'. Dit was het bevel dat naar alle schepen van de Royal Navy werd uitgezonden. Dit Duitse slagschip moest ten koste van alles tot zinken worden gebracht. De "Bismarck" had namelijk net de "Hood" tot zinken gebracht. Dit was een schok geweest in het Engeland. De "Hood" was het vlaggeschip en het meest machtige schip van de Britse marine.

De "Bismarck" moest tegen elke prijs tot zinken worden gebracht. Wat volgde was een kat-en-muis spel op de Atlantische oceaan. Het Duitse slagschip was verdwenen. In Engeland was geschokt gereageerd op het zinken van de "Hood". Voor velen was dit het dieptepunt van de oorlog.

Uiteindelijk wisten torpedovliegtuigen het schip te vinden en konden het stoppen. Het schip werd bij zijn roer geraakt en kon alleen nog maar in cirkels varen. Tenslotte maakten de slagschepen van de Royal Navy het werk af. Of waren het toch de Duitsers zelf die hun eigen schip tot zinken brachten toen het, eenmaal aan gort geschoten, brandend op de oceaan dreef?

In ieder geval overleefden slechts weinigen het zinken van de "Bismarck". Toen de bemanning van een Britse torpedobootjager de lijken van Duitse zeelieden in de oceaan zag drijven, begon een matroos een Duits lied te zingen. Men ging van intense haat naar kameraadschap in enkele uren. We zouden er een voorbeeld aan kunnen nemen;

Ich hatt’ einen Kameraden,
Einen bessern findst du nit.
Die Trommel schlug zum Streite,
Er ging an meiner Seite
In gleichem Schritt und Tritt.
Eine Kugel kam geflogen,
Gilt’s mir oder gilt es dir?
Ihn hat es weggerissen,
Er liegt mir vor den Füßen,
Als wär’s ein Stück von mir.
Will mir die Hand noch reichen,
Derweil ich eben lad.
Kann dir die Hand nicht geben,
Bleib du im ew’gen
LebenMein guter Kamerad!

dinsdag 11 november 2008

vrijdag 7 november 2008

Trenchcoat

Het is weer November, de herfst heeft zijn intrede gedaan. De bladeren vallen van de bomen, het is donker in de ochtend, de wind voelt ijziger aan en mensen worden weer wat troostelozer. De tram met zijn kunstmatige verlichting en zijn verwarming, die te warm is, of te koud, snijd door de koude ochtend. Bij een abri zie ik een poster met daarop een model gekleed in een jas, een trenchcoat.

Mijn gedachten glijden weg. Zouden de mannen die negentig jaar geleden deze jas droegen hebben kunnen indenken dat nu een Zweeds kleding merk reclame maakt met de zelfde soort jas die zij ooit droegen. Een fragiel dun model heeft zich gehuld in hun jas. Ze zouden het waarschijnlijk afdoen als lopengravenkoorts. Of Shell shock. Een november in de jaren negentienveertien/achtien zag er toch heel anders uit. Geen files, geen ochtendhumeur, geen stoplichten, geen stempelautomaten, geen vervelende muziek uit te hard aanstaande Ipods, geen tuig met de voeten op de bank en geen voorkruipende ambtenaren. Men had toen last van modder, koud, regen en de dood.
De trenchcoat was een van de weinige luxe dingen die men kon hebben in de loopgraven van Belgie en Frankrijk. Het gaf bescherming aan wind, regen en kou. Helaas niet tegen kogels. Als het kouder werd en de sneeuw tevoorschijn kwam had de jas eigenlijk geen waarde. Maar ja, niemand had een grote gardarobe kast in de loopgraven. Of je moest toevallig generaal zijn. Na de oorlog hielden de soldaten hun trenchcoat. Het was het enige symbool uit de loopgraven dat iets van hoop en stijl uitdroeg. Ze hadden hun vrienden en hun onschuld achtergelaten in de modder, ze moesten toch met iets terugkomen.
De tram begon weer te rijden. De poster met het model verdween uit mijn zicht. Mijn uitstaphalte kwam eraan. Ik zag de druppels al vallen. Een zware regenbui lag in het verschiet. Ik dacht weer terug aan die mannen van negentig jaar geleden. Gehuld in hun jassen, schuilend voor regen en dood. Gelukkig hoefde ik alleen op te passen bij het oversteken. Een trenchcoat was dus niks voor mij. Ik had hem niet nodig, en heb hem, eigenlijk, ook nog niet verdient.

donderdag 11 september 2008

Soundbites; Herinneringen aan Venlo en Manhattan

Het is vandaag de elfde dag van september. In Amerika een belangrijke dag, net zoals 7 december. Beide dagen staan in het teken van verwoesting en vernedering van de Amerikaanse staat. Beide zijn het ook de beginstappen van een oorlog.

Inmiddels word rondom 11 september elke documentaire of film uitgezonden die er maar over dit onderwerp is gemaakt. Veel patriottisme en heldendom word getoond. Er zijn echter maar twee duidelijke goede weergaves gemaakt van wat er toen gebeurde. Allereerst is er United 93, een haast documentaire achtige speelfilm over de kaping van het 4de toestel dat neerstortte in Pennsylvania. En er is de documentaire van de gebroeders Naudet. Deze laatste deed me denken aan de verwoestingen tientallen jaren eerder. In de geboortestad van mijn Moeder, Venlo.

De beelden van het verwoeste Manhattan, met straten vol met stof en puin. een stad vol ontredderde mensen en gebouwen die op instorten. Deze beelden deden me denken aan de verhalen van mijn Moeder. Hoewel ze in 1944 slechts 7 jaar jong was, had het een grote indruk gemaakt. Ze vertelde over de tientallen keren dat ze in de kelder zat met haar ouders terwijl de bommen rondom haar vielen en de muren trilden. De bommen waren van de Amerikanen die het gericht hadden op de maasbruggen, en het fliegerhorst Venlo. Veel bommen kwamen niet op de beoogde doelen terecht. Mijn Moeder wist te vertellen dat een bom op een klooster viel waar 30 zusters zaten te schuilen en de dood vonden. Na een aantal weken werd er besloten Venlo te evacueren. Mijn zeven jarige Moeder moest midden in een koude winter richting Duitsland lopen.

Dit alles heeft een grote impact gehad op het verdere leven van mijn Moeder. Ze was beschermend en vaak ongerust. Nooit heeft ze een dag gehad om deze gebeurtenissen te herdenken. Goed, er is 4 en 5 mei. Echter, de gebeurtenissen in Venlo vonden in 1944 plaats, tijdens de bevrijding van Zuid-Nederland en de slag om Overloon. Maar misschien is het wel beter zo. Misschien moeten we niet te veel terug denken en gekweld worden door het verleden. We hoeven alleen maar te leren van het verleden. Herdenken we dan zo de slachtoffers die zijn gevallen? Volgens mij is er geen betere manier.

Maar de herdenkingen moeten blijven. Voor de jeugd die er niet bij was. Die geen verhalen van opa of oma hebben gehoord. Of in mijn geval, van mijn ouders. Mensen die genoeg hebben van herdenkingen zijn er. Misschien willen ze niet verder leren. Niet vooruit kijken. Ze zeggen wel, we leven in het nu. Het nu waar ze het over hebben, is echter gecreëerd door het verleden.

vrijdag 6 juni 2008

D-Day


De Langste dag

De Langste dag
voor zij die vielen
Op Omaha, Gold
Juno, utah en Sword
Voor hun wil ik knielen

Uit de Franse hemel
Vielen duizend jongensdromen
In Vierville
en Sainte-Mère-Église
Werden die bruut ontnomen

Aan de kazamatten kust
Begon de langste dag
uit de zee,
en uit de lucht
ze brachten licht
in de donkere nacht



Glorie en Dood

Lopend langs de Normandische kust
Pak in wat zand in mijn hand
En laat het langs mijn vingers glijden
Glorie en Dood zo dichtbij
Hier aan dat Franse strand

woensdag 21 mei 2008

Hollandse Geschiedenis X , deel twee; Goumiers in Zeeland

Deze weken zijn de eindexamens. Dat is een mooie reden om met een nieuwe serie blogs te komen met betrekking op geschiedenis. Zeker toen ik een leraar hoorde zeggen om maar niet te veel op te schrijven tijdens het examen en hopen dat er wat goeds bij zit. Je kunt natuurlijk ook heel veel fouten feiten opschrijven en dat word niet goed gekeurd. Het antwoord dat je geeft op de vraag moet aansluiten op de inhoud van de vraag. Dat is duidelijk. Maar doen we dit wel in het dagelijkse leven?

Om de dodenherdenking te pimpen vond Jet Bussemaker het nodig om het oorlogsverleden van Allochtone bevolkingsgroepen er bij te halen. Over hoe goed Turkije en Marokko wel niet waren in de 2de wereld oorlog.Zo ver ik weet stond Turkije het grootste gedeelte van de 2de wereldoorlog langs de zijlijn en wachten af wie zou winnen. Uiteindelijk kozen ze voor de geallieerden. En de Marokkanen, die waren in dienst van het Franse leger. Volgens Jet Bussemaker waren er een aantal gesneuveld tijdens de oorlogsdagen in Nederland. Deze Marokkanen waren onderdeel van de Franse hulptroepen die ons land kwam helpen tegen de Duitsers. Het waren koloniale troepen in dienst van Frankrijk, de goumiers. Velen hadden dienst genomen omdat er goed betaald werd. Andere waren geronseld door de Franse overheid.

Franse troepen hebben nooit slacht geleverd met de Duitsers op Nederlands grondgebied. De Marokkaanse gesneuvelden zijn dan ook verdronken nadat hun schip, dat hun vervoerde, was gebombardeerd door de Duitsers, of gesneuveld op Franse bodem en aangespoeld in Nederland. Misschien had het meer indruk gemaakt om te vermelden hoe een Marokkaanse brigade tijdens de opmars in Italië een belangrijke rol had gespeeld tijdens de slag om Monte Casino. Ze braken door op een punt waar de Duitsers het niet verwachten. Wat ze daarna deden moet Jet maar niet vertellen, want dan verliest ze haar gehele geloofwaardigheid.

We worden onwetend en willen de geschiedenis ombuigen om ons geweten te sussen. Marokkaanse troepen hebben inderdaad een bijdrage geleverd aan de strijd om Europa. Dat moeten we niet vergeten. Plaats het echter wel in de juiste context. Geschiedenis gaat om feiten, deze moet je interpreteren, niet verdraaien.

Misschien moet Jet Bussemaker deze weken plaatsnemen in de schoolbanken. Eens kijken hoe zij scoort tijdens het eindexamen geschiedenis. Heel veel roepen en dan zal er vast wel iets goeds bijzitten.

Tip:
Misschien een leuk boek voor Jet, voor tijdens haar vakantie aan het Gardameer, twee vrouwen. Niet van Mulisch trouwens.

zaterdag 3 mei 2008

Glenn Miller and His Army Airforce Band


Het is nu bijna een jaar geleden dat ik samen met mij schoonvader in spe naar het optreden van mijn grote jeugdliefde, The Who ging kijken. Inmiddels waren ze nog maar met zijn tweeën, maar dat maakte het niet minder indrukwekkender. Je kunt ook genieten van een Mustang met automaat, toch? Het optreden zal altijd in mijn herinnering blijven als spetterend en geweldig.

Nu we richting 4 mei gaan word de drang naar herdenken steeds groter. In ieder geval bij mij. De oorlog heeft een grote stempel gedrukt op mijn vader en moeder. Ze waren allebei wel jong, echter het oorlogsgeweld kwam voor hen akelig dichtbij. Sterker nog, ze zaten er midden in. In de winter van 44-45 was de omgeving waar ik vandaan kom frontgebied. En niet zo beetje ook. In maart 1945 kwam de bevrijding. In de buurt kwamen veel Geallieerde legerkampen waar de Tommy’s en GI’s zich klaar maakte voor de laatste grote push richting Berlijn. En daarbij hoorde natuurlijk veel entertainment bij voor de troepen om het moraal hoog te houden.

Tijdens de bezetting luisterde mijn vader veel naar de radio. De verboden Engelse zenders wel te verstaan. Vooral Glenn Miller sprong er volgens mijn vader uit. Deze Engelse Jazz muzikant was op dat moment op de top van zijn roem. En natuurlijk steunde hij de geallieerde troepen zo goed als hij kon. Met zijn Army Airforce Band zorgde hij dat het moraal der troepen hoog bleef. Mijn vader was gefascineerd door deze Jazz muzikant en wilde kost wat kost hem live zien.

Mijn vader had gehoord dat Glenn Miller en zijn band ergens net over de grens in Duitsland zou optreden. Dat was in de buurt. Er was echter een probleem, het bezette Duitsland was op dat moment verboden gebied. Maar jongens van zestien letten niet op verbodsbordjes, dus togen mijn vader en een vriend richting Glenn Miller. Ergens halverwege werden zij opgepakt door de Military Police, de MP's. Daar Duits en Nederlands op elkaar lijken werden zij aangezien als Hitlerjugend. De Amerikanen waren bang voor guerrilla groepen bestaande uit Hilterjugend leden, de zogenaamde Werwolven. Deze zouden meteen worden geëxecuteerd als zij zouden worden gevangen genomen. Dus al snel stonden mijn vader en zijn vriendje tegen een muur kijkend in de loop van een aantal geweren. Gelukkig konden ze in gebrekkig Engels toch de MP’s overtuigen dat ze Nederlanders waren, die op weg waren naar Glenn Miller. Mijn vader vertrouwde me later toe dat ze allebei in hun broek hadden gepist van angst, want de MP’s stonden al in executie linie en de geweren waren doorgeladen.

Toen de MP’s doorhadden waarom deze twee Nederlandse jongens hun leven waagde door de Duitse grens over te steken gaven ze hun beide een nieuwe broek, chocolade en sigaretten. En een lift richting het optreden. Zittend op de motorkap van een jeep hebben ze beide genoten van het optreden van de Army Airforce Band. Daarna werden ze zelfs thuisgebracht. Helaas kwam mijn vader er een paar jaar later achter dat Glenn Miller al sinds december 1944 vermist was. Hij was waarschijnlijk neergestort met zijn vliegtuig boven het kanaal. Maar de herinnering blijft, ook al was deze band ook niet meer compleet.

Elke keer als 4 mei nadert moet ik aan dit verhaal denken. Mijn vader en moeder vertelden niet veel over de Oorlog. En als ze wat vertelden ging het over het leed wat de oorlog had gebracht. Behalve dit verhaal.

vrijdag 18 april 2008

Twee Kruisers


Twee Kruisers


Ergens in de gordel van Smaragd
Liggen twee kruisers
Te wachten op den laatste dag
Zodat zij weer herrijzen

Twee schepen gingen ten onder
Als Speerpunt van het eskader
Dat hoopte op een wonder
Maar beter wist

Het eiland was al verloren
Onderdrukking lag in het verschiet
Toch gaven ze hun schepen de sporen
Hoop doet toch leven

Veel opvarenden hebben geen zerk
Slechts herinnerd door een bel

Hangend in een kerk
Die ooit weer luiden zal

woensdag 26 maart 2008

Soundbites; 4000 gesneuvelden


Sinds de Amerikaanse inval in Irak zijn er 4000 soldaten gesneuveld in dit conflict. Binnenkort zijn er presidentsverkiezingen in de USA, met de Irak kwestie als heet hangijzer. De vraag is of de Amerikanen zich wel terug gaan trekken mocht er een nieuwe president komen.

Daar Amerikanen niet van verliezen houden rest de vraag of men zich wel terug trekt. Laat de komende president in ieder geval niet naar Patton, de movie kijken. De vorige keer ging het ook al mis, toen Nixon hem zag.

General Patton's speech tot the third Army

Men, this stuff that some sources sling around about America wanting out of this war, not wanting to fight, is a crock of bullshit. Americans love to fight, traditionally. All real Americans love the sting and clash of battle. You are here today for three reasons. First, because you are here to defend your homes and your loved ones. Second, you are here for your own self respect, because you would not want to be anywhere else. Third, you are here because you are real men and all real men like to fight. When you, here, everyone of you, were kids, you all admired the champion marble player, the fastest runner, the toughest boxer, the big league ball players, and the All-American football players. Americans love a winner. Americans will not tolerate a loser. Americans despise cowards. Americans play to win all of the time. I wouldn't give a hoot in hell for a man who lost and laughed. That's why Americans have never lost nor will ever lose a war; for the very idea of losing is hateful to an American.

You are not all going to die. Only two percent of you right here today would die in a major battle. Death must not be feared. Death, in time, comes to all men. Yes, every man is scared in his first battle. If he says he's not, he's a liar. Some men are cowards but they fight the same as the brave men or they get the hell slammed out of them watching men fight who are just as scared as they are. The real hero is the man who fights even though he is scared. Some men get over their fright in a minute under fire. For some, it takes an hour. For some, it takes days. But a real man will never let his fear of death overpower his honor, his sense of duty to his country, and his innate manhood. Battle is the most magnificent competition in which a human being can indulge. It brings out all that is best and it removes all that is base. Americans pride themselves on being He Men and they ARE He Men. Remember that the enemy is just as frightened as you are, and probably more so. They are not supermen."
"All through your Army careers, you men have bitched about what you call "chicken shit drilling". That, like everything else in this Army, has a definite purpose. That purpose is alertness. Alertness must be bred into every soldier. I don't give a fuck for a man who's not always on his toes. You men are veterans or you wouldn't be here. You are ready for what's to come. A man must be alert at all times if he expects to stay alive. If you're not alert, sometime, a German son-of-an-asshole-bitch is going to sneak up behind you and beat you to death with a sockful of shit!.

There are four hundred neatly marked graves somewhere in Sicily. All because one man went to sleep on the job. But they are German graves, because we caught the bastard asleep before they did". The General clutched the microphone tightly, his jaw out-thrust, and he continued, "An Army is a team. It lives, sleeps, eats, and fights as a team. This individual heroic stuff is pure horse shit. The bilious bastards who write that kind of stuff for the Saturday Evening Post don't know any more about real fighting under fire than they know about fucking!

We have the finest food, the finest equipment, the best spirit, and the best men in the world, ,Why, by God, I actually pity those poor sons-of-bitches we're going up against. By God, I do.
My men don't surrender, I don't want to hear of any soldier under my command being captured unless he has been hit. Even if you are hit, you can still fight back. That's not just bull shit either. The kind of man that I want in my command is just like the lieutenant in Libya, who, with a Luger against his chest, jerked off his helmet, swept the gun aside with one hand, and busted the hell out of the Kraut with his helmet. Then he jumped on the gun and went out and killed another German before they knew what the hell was coming off. And, all of that time, this man had a bullet through a lung. There was a real man!
All of the real heroes are not storybook combat fighters, either. Every single man in this Army plays a vital role. Don't ever let up. Don't ever think that your job is unimportant. Every man has a job to do and he must do it. Every man is a vital link in the great chain. What if every truck driver suddenly decided that he didn't like the whine of those shells overhead, turned yellow, and jumped headlong into a ditch? The cowardly bastard could say, "Hell, they won't miss me, just one man in thousands". But, what if every man thought that way? Where in the hell would we be now? What would our country, our loved ones, our homes, even the world, be like? No, Goddamnit, Americans don't think like that. Every man does his job. Every man serves the whole. Every department, every unit, is important in the vast scheme of this war. The ordnance men are needed to supply the guns and machinery of war to keep us rolling. The Quartermaster is needed to bring up food and clothes because where we are going there isn't a hell of a lot to steal. Every last man on K.P. has a job to do, even the one who heats our water to keep us from getting the 'G.I. Shits'.

Each man must not think only of himself, but also of his buddy fighting beside him. We don't want yellow cowards in this Army. They should be killed off like rats. If not, they will go home after this war and breed more cowards. The brave men will breed more brave men. Kill off the Goddamned cowards and we will have a nation of brave men. One of the bravest men that I ever saw was a fellow on top of a telegraph pole in the midst of a furious fire fight in Tunisia. I stopped and asked what the hell he was doing up there at a time like that. He answered, "Fixing the wire, Sir". I asked, "Isn't that a little unhealthy right about now?" He answered, "Yes Sir, but the Goddamned wire has to be fixed". I asked, "Don't those planes strafing the road bother you?" And he answered, "No, Sir, but you sure as hell do!" Now, there was a real man. A real soldier. There was a man who devoted all he had to his duty, no matter how seemingly insignificant his duty might appear at the time, no matter how great the odds. And you should have seen those trucks on the road to Tunisia. Those drivers were magnificent. All day and all night they rolled over those son-of-a-bitching roads, never stopping, never faltering from their course, with shells bursting all around them all of the time. We got through on good old American guts. Many of those men drove for over forty consecutive hours. These men weren't combat men, but they were soldiers with a job to do. They did it, and in one hell of a way they did it. They were part of a team. Without team effort, without them, the fight would have been lost. All of the links in the chain pulled together and the chain became unbreakable."

Don't forget,you men don't know that I'm here. No mention of that fact is to be made in any letters. The world is not supposed to know what the hell happened to me. I'm not supposed to be commanding this Army. I'm not even supposed to be here in England. Let the first bastards to find out be the Goddamned Germans. Some day I want to see them raise up on their piss-soaked hind legs and howl, 'Jesus Christ, it's the Goddamned Third Army again and that son-of-a-fucking-bitch Patton'."
We want to get the hell over there, The quicker we clean up this Goddamned mess, the quicker we can take a little jaunt against the purple pissing Japs and clean out their nest, too. Before the Goddamned Marines get all of the credit.

Sure, we want to go home. We want this war over with. The quickest way to get it over with is to go get the bastards who started it. The quicker they are whipped, the quicker we can go home. The shortest way home is through Berlin and Tokyo. And when we get to Berlin", he yelled, "I am personally going to shoot that paper hanging son-of-a-bitch Hitler. Just like I'd shoot a snake!
"When a man is lying in a shell hole, if he just stays there all day, a German will get to him eventually. The hell with that idea. The hell with taking it. My men don't dig foxholes. I don't want them to. Foxholes only slow up an offensive. Keep moving. And don't give the enemy time to dig one either. We'll win this war, but we'll win it only by fighting and by showing the Germans that we've got more guts than they have; or ever will have. We're not going to just shoot the sons-of-bitches, we're going to rip out their living Goddamned guts and use them to grease the treads of our tanks. We're going to murder those lousy Hun cocksuckers by the bushel-fucking-basket. War is a bloody, killing business. You've got to spill their blood, or they will spill yours. Rip them up the belly. Shoot them in the guts. When shells are hitting all around you and you wipe the dirt off your face and realize that instead of dirt it's the blood and guts of what once was your best friend beside you, you'll know what to do!"
"I don't want to get any messages saying, "I am holding my position." We are not holding a Goddamned thing. Let the Germans do that. We are advancing constantly and we are not interested in holding onto anything, except the enemy's balls. We are going to twist his balls and kick the living shit out of him all of the time. Our basic plan of operation is to advance and to keep on advancing regardless of whether we have to go over, under, or through the enemy. We are going to go through him like crap through a goose; like shit through a tin horn!"
"From time to time there will be some complaints that we are pushing our people too hard. I don't give a good Goddamn about such complaints. I believe in the old and sound rule that an ounce of sweat will save a gallon of blood. The harder WE push, the more Germans we will kill. The more Germans we kill, the fewer of our men will be killed. Pushing means fewer casualties. I want you all to remember that.

There is one great thing that you men will all be able to say after this war is over and you are home once again. You may be thankful that twenty years from now when you are sitting by the fireplace with your grandson on your knee and he asks you what you did in the great World War II, you WON'T have to cough, shift him to the other knee and say, "Well, your Granddaddy shoveled shit in Louisiana." No, Sir, you can look him straight in the eye and say, "Son, your Granddaddy rode with the Great Third Army and a Son-of-a-Goddamned-Bitch named Georgie Patton!"